Wilhelminapark verbinding met het buitengebied

DIMG_0962_smalle Prins Hendriklaan is een uitvalsweg. Aan de ene kant zie je het Wilhelminapark, rond 1900 de oostelijke grens van de stad. Aan de andere kant liep de laan de polder in. Nu is dit een van de belangrijkste fietsroutes naar de Uithof, waarover vooral ’s ochtends vroeg en aan het eind van de middag een eindeloos stoet studenten trekt. Onder de Prins Hendrikbrug loopt de Minstroom, die rond 1900 juist haar belang als vaarverbinding met De Bilt verloor.

 

 

Aan deze kant van de stad stonden in het begin van de negentiende eeuw de grote buitenhuizen: Oudwijk (nu verscholen achter de voormalige Heilig Hartkerk), Oorsprong, het Hogeland en Compostel (waar nu begraafplaats Sint Barbara ligt). Aan het eind van de negentiende eeuw, toen Utrecht uit zijn jasje barstte, dreigde de gegoede burgerij de stad uit te trekken. De stad kon in 1887 het Hogeland en het Oudwijkerveld aankopen en legde hier, ten westen van de Minstroom, een villapark aan. Voor het ontwerp schreef de gemeente een prijsvraag uit. T. Loran en H. Copijn wonnen gezamenlijk de eerste prijs. Het ontwerp van de eerste werd de basis voor de wijk rond de Emmalaan. De aanleg van het Oudwijkerveldpark begon in 1897, grotendeels volgens het eerste plan van Copijn. Toen het een jaar later klaar was, kreeg het park de naam van de net aangetreden, jonge koningin.

Woest landschap

IMG_0857_smallCopijn ontwierp het Wilhelminapark in Engelse landschapsstijl. Daarin is een Romantisch beeld van het oorspronkelijke, woeste landschap het uitgangspunt. Slingerende paden en goed geplaatste bomen en heesters zorgen ervoor dat je na elke bocht weer een ander vergezicht hebt, waardoor de wandelaar het idee krijgt eindeloos te kunnen doordwalen. Weerspiegelingen in het water maken het landschap nog weidser. Je herkent die opzet meer dan honderd jaar later nog steeds.

Prins Hendriklaan

Utrecht kreeg de grond ten oosten van de Minstroom in 1896 binnen zijn gemeentegrenzen. Particulieren ontwikkelden hier nieuwbouwplannen, waarbij de Prins Hendriklaan de centrale as moest worden. Tussen 1900 en 1905 verschenen de eerste panden tussen park en Minstroom. In 1905 stemde de gemeenteraad in met het plan voor dit gebied. Loop je nu over de Prins Hendriklaan naar het oosten dan zie je de ontwikkelingen in de architectuur in de eerste helft van de twintigste eeuw, met natuurlijk als hoogtepunten het Rietveld-Schröderhuis (nr. 50), de woningen van Rietveld aan de Erasmuslaan en de woning van architect Sybold van Ravesteyn (112).

IMG_0865_smallBijzonder is ook de Frans Halsstraat (loop met het park in je rug rechts de Rembrandtkade op en dan bij de eerste weg links direct op de splitsing naar rechts). Deze witte villa’s van rond 1920 zijn waarschijnlijk voor militaire officieren gebouwd. De bocht in de straat, de bomen en de verspringende gevels geven een levendig gezicht, terwijl de eenheid in bouwstijl weer voor rust zorgt. De grote architect en stedenbouwkundige H.P. Berlage schijnt gezegd te hebben dat dit een goed voorbeeld is van hoe je een straat moet aanleggen.

icon-end-page