Wilgenpad een eeuwenoude traditie leeft voort

Als nog ergens te zien is dat het Minstroomgebied vanaf de Middeleeuwen de groentetuin van Utrecht IMGP9616_smallwas, dan hier. De leden van Tuindersvereniging Abstede houden op deze plek de traditie in eren. Vrijwel overal elders werd eind negentiende, begin twintigste eeuw de tuinbouwgrond bebouwd. Hier zaten beroepstuinders tot in de jaren zeventig. Nadat ook zij de stad uit trokken, kraakten buurtbewoners de grond om er zelf groente te telen. Met de knotwilgen en het natuurrijke groen is dit het meest romantische stukje van de Minstroom.

 

De tuinbouwgeschiedenis van deze buurt lees je onder meer af aan de voormalige boerderijen langs de oude Minstroomdijken Zonstraat en Abstederdijk. Zo is de Gladiool (of in de volksmond de ‘Gladjool’), het verenigingsgebouw van de tuinders, de schuur die hoorde bij de boerderij op Zonstraat 7. Als je goed kijkt zie je het reliëf in de muren van de Gladiool terug in de gevel van die boerderij, die begin twintigste eeuw zijn huidige vorm kreeg.

Na het vertrek van ‘De Minstroom’ namen buurtbewoners de vrijgekomen grond in gebruik en gingen hier zelf groente en fruit verbouwen. Omdat de gemeente na het afblazen van de snelweg geen nieuwe plannen voor dit gebied had, omarmde die dit spontane buurtinitiatief. De moestuinders richtten op 15 februari 1982 officieel Tuindersvereniging Abstede op.

IMG_0783_smallAls je hier vanaf de Minstraat, Zonstraat of Abstederdijk naar de Minstroom loopt, merk je dat je een dal in loopt. De knotwilgen staan hier waarschijnlijk vanaf ongeveer 1975, de periode dat onduidelijk was wat met de oude tuinbouwgrond moest gebeuren. De bomen maken dit tot een karakteristiek plekje en het zou eeuwig zonde zijn wanneer ze zouden moeten verdwijnen. Dat risico bestaat echter wel, op het moment dat het waterschap de beschoeiing wil vervangen. Buurtbewoners zijn vanzelfsprekend mordicus tegen het rooien van de wilgen.

Naast het voetgangersbruggetje over de Minstroom heeft Tuindersvereniging Abstede een poel gegraven voor kikkers, padden en salamanders. Oeverbeplanting ontwikkelt zich hier.

De oever van de Minstroom zelf is niet heel natuurlijk. Dat komt onder meer doordat die relatief steil is, maar vooral ook doordat beide oevers worden gebruikt als hondentoilet. Bovendien trekt hier het Japans duizendknoop op, oorspronkelijk als tuinplant naar Europa gekomen, maar nu in veel Nederlandse natuur een plaag. Leuke bloeiende planten die je hier kunt zien zijn bijvoorbeeld het longkruid met paars bloemen in het vroeg voorjaar en de gele lis in het water (juni). In de winter kun je hier een ijsvogeltje tegenkomen.IMG_0778_small

De tuindersvereniging heeft het officiële Keurmerk voor Natuurlijk Tuinieren. De tuinders maken overal plekken waar de natuur een kans krijgt. Bijvoorbeeld met hoekjes waar stenen op elkaar gestapeld liggen, met vijvertjes of met takkenrillen, opgestapeld snoeiafval dat dienst doet als tuinafscheiding. Dat zorgt voor plaatsen waar veel natuur zich thuis voelt: vogels (bijvoorbeeld tjiftjaf, zwartkop, tuinfluiter, zanglijster en winterkoninkje), insecten (wantsen, libellen, vlinders enz.), zoogdieren (egel bijvoorbeeld), reptielen en amfibieën (groene kikker, pad, vroedmeesterpad en zelfs de – totaal ongevaarlijke – ringslang) en planten (bijvoorbeeld het driekleurig viooltje, guichelheil of de typische rivierkleiplant kaardenbol).

IMGP7972_smallBuurtbewoners beheren de bloemrijke berm tussen Minkade en Minstroom. Tot 2009 stond hier slechts gras waartussen grote berenklauw, Japanse duizendknoop en zevenblad woekerden. Een subsidie uit het Leefbaarheidsbudget maakte het mogelijk om een hek te plaatsen. Bewonersgroep Zelfbeheer Minkade beheert de berm sindsdien als ‘hooiland’. Dit houdt in dat de groep twee keer per jaar een derde van de berm maait en dat verder de natuur zijn gang mag gaan. Brandnetels, berenklauw en duizendknoop krijgen zo min mogelijk kans, maar in de vroege zomer zweven de witte bloemschermen van het zevenblad boven het gras. Al eerder heeft de akelei van wit tot paars gebloeid en later in de zomer geven hortensia’s kleur aan de berm. De kleinere bloemetjes van stinkende gouwe, maarts viooltje, hondsdraf, fluitenkruid en vogelwikke fleuren door het jaar heen het gras op, tegen een achtergrond van geknotte wilgen en zwarte els.

icon-end-page