Rembrandtkade de middenklasse grijpt de macht

Het gele woonblok dat hier ligt aan de oever van de Minstroom is de eerste ‘flat’ van Utrecht. Woningbouwvereniging ‘Het Nieuwe Woonhuis’ liet het in 1924 bouwen. De leden daarvan waren afkomstig uit de groeiende middenklasse. Er waren te weinig goede huizen voor hen. De rijke baksteenarchitectuur van het pand is een mooi voorbeeld van de Amsterdamse School. De Schildersbuurt, die erachter ligt, was een van de eerste wijken in de stad die voor deze middenklasse was bedoeld.

De ‘Nieuwe Minstroom’ heette de beek hier in de zestiende eeuw. Terwijl de Minstroom door Abstede slingert, volgt ze hier een vrijwel rechte lijn. Dit stuk werd in de zestiende eeuw gegraven. De oude loop lag waarschijnlijk iets meer naar het oosten, ter hoogte van de Jan van Scorelstraat.

Op Rembrandtkade 51 tot en met 69 zie je ‘Het Nieuwe Woonhuis’ dat stamt uit 1924. In het begin van de twintigste eeuw groeide de middenklasse, de klasse van ‘witte-boorden-werkers’: ambtenaren, beambten, leraren enzovoorts. Dit kwam onder meer omdat de Nederlandsche Spoorwegen en andere organisaties hun kantoren in Utrecht vestigden. De woningbouw in de stad had zich tot dan toe vooral gericht op arbeiders en de hogere klasse. De mensen uit de middenklasse die Woningbouwvereniging ‘Het Nieuwe Woonhuis’ oprichtten in 1919 noemden zich “eene categorie van menschen, die door den tegenwoordigen woningnood dikwijls gedwongen worden, of huizen duur te koopen of huur te betalen boven hun financiële draagkracht”.

De Woningwet van 1902 maakte de weg vrij voor dit soort verenigingen. In eerste instantie bouwden die vooral voor arbeiders, maar een wetswijziging na de Eerste Wereldoorlog maakt het ook voor de middenklasse mogelijk om op deze manier subsidie te krijgen voor nieuwbouw. In 1913 al besloot de gemeente tot aanleg van een “kleine woonwijk” tussen Prins Hendriklaan en Adriaen van Ostadelaan voor deze groep.

In  ‘Het Nieuwe Woonhuis’ werd voor het eerst gestapelde bouw toegepast: de woningen bevonden zich op één verdieping, gelegen aan een trappenhuis. Het was de eerste flat van Utrecht. De woningen moesten “allerlei gerieflijkheden” krijgen: “centrale keuken, centrale verwarming, electrisch licht, stofzuigers, gezamenlijke badkamers, logeerkamers enz.” Op die manier kon de “dienstbodenkwestie” worden opgelost. Het was voor de bewoners moeilijk om aan goed personeel te komen, doordat laaggeschoolde vrouwen sinds kort bijvoorbeeld ook in winkels en op kantoor konden werken. Moderne voorzieningen moesten daarom het huishouden makkelijker maken. De gemeente schrapte echter bijna alle luxe uit de plannen. Alleen centrale verwarming bleef behouden.

De gebroeders Jan en Theo Stuivinga, afkomstig uit Zeist, ontwierpen het gebouw in de stijl van de Amsterdamse School, een teken van moderniteit. Het postkantoor op de Neude is in Utrecht het bekendste voorbeeld van deze architectuurstroming. Tekenend zijn onder meer de expressieve baksteengevel en dat gevel en dak in elkaar overlopen.

Bijzonder is ook de chauffeurswoning op Louise Colignylaan 4 Bis, behorend bij de dokterswoning aan de Koningslaan. Huisartsen behoorden in het begin van de twintigste eeuw tot de eersten die – voor hun beroep – een auto aanschaften. Ze namen iemand in dienst om zich rond te laten rijden en de auto stalden ze op eigen terrein in een ‘koetshuis’. Zo ontstonden chauffeurswoningen. Zie ook de chauffeurswoning ontworpen door Gerrit Rietveld op Waldeck Pyrmontkade 20 [link: Adriaen van Ostadelaan].

De nieuwbouw met grachtengeveltjes aan de Waldeck Pyrmontkade zijn een voorbeeld van goedkope stadsvernieuwing uit de jaren tachtig. Op deze plek stond tot 1977 het gebouw van de Emmakliniek. Dit was het eerste ziekenhuis in Utrecht dat niet aan een geloofsrichting was gebonden. De kliniek opende in 1916 de deuren aan de Emmalaan, maar verhuisde kort daarna al naar de Koningslaan. Vanaf 1950 was het een onderdeel van het Diaconessenhuis.

De oudste exemplaren van de witte paardenkastanjes staan er al sinds 1926. Plantsoenmeester Denier van der Gon zocht naar een beplanting die paste bij ‘Het Nieuwe Woonhuis’. In juni zie je gele lis in het water bloeien. De oeverbegroeiing is vrij eentonig.

icon-end-page