Piet Heinstraat een heel sjiek buurtje

IMG_0799_smallDeze straat dankt zijn naam niet aan de zeeheld die de zilvervloot won, maar aan de broers Piet en Hein die hier oorspronkelijk de huurwoningen bezaten. Mevrouw Vink, hun tante (of moeder; de bronnen spreken elkaar tegen), liet in 1887 deze huurwoningen bouwen om de broers van een inkomen te verzekeren. Zij was een rijke dame die veel grond in Abstede bezat. De Vinks stelden strenge eisen aan wie hier mocht wonen. Dat had tot gevolg dat dit ‘een heel sjiek buurtje’ was, zoals een bewoonster uit de jaren zestig zei.

 

 

De Piet Heinstraat is een typisch voorbeeld hoe deze buurt in de tweede helft van de negentiende eeuw langzaam werd volgebouwd. Rijke burgers, speculanten zouden we nu zeggen, kochten grond van de tuinders en grondverpachters langs de Minstroom. Ze bouwden die vol en verkochten of verhuurden vervolgens de huizen. Hier in Abstede bouwden ze vooral huurhuizen voor arbeiders. Door de grote vraag naar woningen leverde dit meer op dan groente telen. Ruimtelijke ordening zoals wij die kenden bestond nog niet. De gemeente stelde slechts twee eisen: de bouwers moesten zich aan de perceelgrenzen houden en ze moesten een straat aanleggen. Zo kwamen er twee nieuwe verbindingen over de Minstroom, tussen Abstederdijk en Zonstraat: de Minstraat en deze Piet Heinstraat.

Alleen katholieken
Niet zomaar iedereen mocht in de Piet Heinstraat wonen. De eigenaar, de familie Vink, liet alleen huurders toe die ter kerke gingen in de Aloysiuskerk, en dus keurig rooms-katholiek waren, die voor de wet waren getrouwd en die een baan hadden. Een bewoonster die hier in 1962 kwam wonen zei over het effect van dit beleid: “Hierdoor was het hier een heel sjiek buurtje, ook een rechercheur woonde er hier in de straat.”

Aardige jongens
Volgens de plannen van de gemeente uit de jaren vijftig en zestig zou dwars over de Piet Heinstraat een brede autoweg richting het centrum worden aangelegd. Huizen die leeg kwamen te staan werden niet meer verhuurd. Vaak trokken daar krakers in. Een bewoonsters uit de straat (geboren 1920) zei daarover: “Hiertegenover was het ook gekraakt, aardige jongens waren dat. (…) De volgende dag kwam de politie. Toen de vrouwen uit de straat dat zagen, openden ze hun deuren en stapten met de handen in de zij naar buiten. De politie durfden niets te zeggen en droop af.”
Uiteindelijk kocht de gemeente veel huizen op en knapte ze op. Veel van de oorspronkelijke woningen in de buurt waren zeer primitief. Pas na de renovatie in de jaren tachtig kregen ze een douche en een inpandige wc.
Let op de klokgeveltjes naast de dakkapellen en de acanthusbladen die de dakgoten steunen. Hoe primitief de huisjes oorspronkelijk ook waren, ze waren inderdaad toch ‘sjiek’. Vergelijk dat met de stadsvernieuwingarchitectuur van de jaren tachtig die je overal in de buurt kunt terugvinden.

IMG_0796_smallInstortingsgevaar
De brug over de Minstroom hier is een van de kleinste, maar bij de renovatie in 2012-2014 kostte dit bruggetje de meeste tijd en hoofdbrekens. De zuidelijke kade dreigde in het water te storten. Alleen al uitzoeken wie de eigenaar was van deze wand – gemeente of hoogheemraadschap – duurde een half jaar.

Zonnehof
Schuin tegenover het bruggetje ligt de Zonnehof, zo’n typisch voorbeeld van stadsvernieuwing uit de jaren tachtig. Eind negentiende eeuw was hier een haventje waaraan een asfaltfabriek lag. De Minstroom werd toen blijkbaar nog steeds voor scheepvaart gebruikt. De fabriek stootte zoveel stof uit dat iedereen die erbij mistig weer aan voorbij kwam zwart kleurde. Een van de muren van de fabriek sluit nu nog de achtertuinen van de huizen aan de Homeruslaan af van het Zonnehof. Achter op het hof staat het ‘Tweede volksbadhuis’ van het Comité voor oprichting van volksbaden, gebouwd in 1913 naar ontwerp van P.J. Houtzagers. Thuis naar bad gaan betekende hooguit in een teil stappen. Hier kon je onder de douche, in de laagbouw achter het voorgebouw.

Stroes
Vanaf het bruggetje zie je in noordoostelijke richting een tuinderswoning aan de Minstroom liggen. Deze is in 1876 gebouwd door ‘Machiel van Zijl en zijn huisvrouw Cornelia Woudenberg’ zoals een gevelsteen vermeldt. Dit huis heeft nu een nummer aan de Zonstraat, maar oorspronkelijk was het alleen bereikbaar via de Abstederdijk. In de vorige eeuw huurde de hovenier Stroes de woning. Op de grond erom heen verbouwde hij aardappelen en groente. Nu hebben buurtbewoners er moestuinen, via Tuindersvereniging Abstede en Groengroep ‘De tuinen van Stroes’.

Vooral door de aanwezigheid van kleine rivieren, waterlopen, grachten, wegen en spoorlijnen kent elke stad wel een paar van die vergeten stukjes land waar de natuur vrijelijk haar gang heeft kunnen gaan. Vaak zijn deze landjes, hoe klein ook, een voorbeeld van een tomeloze vitaliteit en pracht, paradijsjes van rust en schoonheid te midden van alle stadsgewoel.

IMG_0798_smallGroen lint
Eeuwenlang werd hier groente en fruit geteeld voor de burgers van de stad. De Minstroom zorgde voor toe- en afvoer van water voor de tuinbouwgronden en voor het vervoer van de oogst naar de stad. Er is inmiddels veel veranderd, de grootschalige tuinderijen zijn verdwenen, maar iets van dat open, landelijke karakter heeft de Zonstraat weten te behouden. Dat komt niet alleen omdat de Minstroom vlak langs de straat loopt en hier en daar uitzicht biedt op volkstuinen en monumentale panden. Ook de natuurvriendelijke oevers langs het water zijn daarbij van grote betekenis.
Deze oevers zijn een belangrijk landschapselement en bepalen voor een groot deel het straatbeeld. Daarnaast hebben zij een ecologische functie als verbindingszone voor vissen, insecten en vogels tussen het Kromme Rijngebied en de singels van de binnenstad.

Bomen, struiken, kruiden
Aan de Zonstraat bestaat de waterkant uit een opgaande en dichte begroeiing van bomen, struiken en kruiden.
In het oog springend zijn de monumentale Schietwilgen. De Gewone Esdoorn is er bijzonder rijk vertegenwoordigd. Andere soorten zijn onder meer de Zomereik, Zwarte Els, Es, Ruwe Berk, Paardenkastanje, Linde en Noordse Esdoorn.
Van de struiken kunnen worden genoemd Rode Kornoelje, Sleedoorn, Kardinaalsmuts, Taxus, Liguster en Vlier.
IMG_0767_smallDe kruidlaag is een voorbeeld van stedelijke flora met vooral ruigteminnende soorten en een enkele stinzenplant. Klimop, Braam, Zevenblad, Overblijvende Ossentong, Donkere Ooievaarsbek, Look- zonder-Look en Fluitenkruid bepalen het beeld. Verder komen voor Italiaanse Aronskelk, Gulden Sleutelbloem, Ruig Klokje, Gevlekt Longkruid, Kleine Maagdenpalm en een reeks kleinere kruiden.

Van merel tot ijsvogel
Vanwege de rijke begroeiing broeden hier naar verhouding veel soorten vogels. Dat zijn algemene soorten als de Merel, de Koolmees, de Houtduif en de Ekster maar ook Vink, Pimpelmees, Kauw, Turkse Tortel, Tjiftjaf, Roodborst, Winterkoning, Gaai, Grote Bonte Specht, Boomkruiper, Zwarte Kraai en Staartmees vinden er hun onderkomen, onder meer in het grote aantal nestkasten dat is opgehangen. In de winter is de IJsvogel te bewonderen als die vanaf zijn uitkijkpost op zoek naar vis in het water tuurt.

icon-end-page