Adriaen van Ostadelaan de oude en de nieuwe Minstroom

IMG_0912_smallDit is een grenspunt. Het is de grens tussen de oude en de nieuwe Minstroom. Het was eeuwenlang de grens tussen de gemeenten Utrecht en De Bilt. Het was, en is nog steeds een beetje, de grens tussen het arme Abstede en de rijke Wilhelminaparkbuurt. En ook de gebouwen die je hier ziet markeren historische grenzen. Een oude school met een indertijd nieuwe didactiek. Een chauffeurswoning die revolutionair was en de weg wees naar nieuwe bouwtechnieken.

 

 

Op kaarten uit het begin van de twintigste eeuw zie je het nog: vanaf dit punt liep een aftakking van de Minstroom langs de oostkant van de Adriaen van Ostadelaan. Ongeveer ten hoogte van waar nu de Jan van Scorelstraat ligt, boog die naar het noorden in wat toen nog tuindersgebied was. Waarschijnlijk was dat de oorspronkelijke loop van De Minstroom. Het stuk langs de Rembrandtkade moet in de zestiende eeuw zijn gegraven.

Op de plek van de Aloysiuskerk stond in de achttiende eeuw herberg de Minstroom, net op het grondgebied van gemeente De Bilt. De eigenaar maakte er handig gebruik van dat deze uitspanning vlak bij de stad lag, zonder dat de stad er zeggenschap over had. In de zomer van 1756 zou hier een optreden plaatsvinden van de illustere Sr P. Magito en zijn koorddansgroep. In Utrecht kon dat niet vanwege een verbod op komedie en koorddansers. In de negentiende eeuw groeide de herberg uit tot de particuliere buitenplaats De Meent.

De Sint-Aloysiuskerk (1924) is het eerste kerkgebouw van de architect H.W. Valk. De koepel in neobyzantijnse stijl is een herkenningspunt voor de hele buurt. Van binnen vormen architectuur en rijke versiering een eenheid, het is een echt Gesamtkunstwerk.

IMG_0915_smallDe Wilg, in de bocht van de Minstroom, werd in 1918 gebouwd als de Koningin Wilheminaschool naar ontwerp van stadsarchitect S.F. Loeb. Zoals de naam al aangeeft werd de school gebouwd voor de kinderen uit de Wilhelminaparkbuurt. Het was een school van de hoogste klasse. Dat betekende dat ouders meer schoolgeld betaalden en dat de kinderen extra vakken kregen als Frans en wiskunde. Burgemeester en Wethouders gingen vrijwel onmiddellijk in op het verzoek uit de buurt om een eigen school. Sommige gemeenteraadsleden waren daar kritisch over: besluiten over scholen “in de kwartieren der mingegoeden” vroegen om meer tijd. In deze periode ontstond steeds meer aandacht voor de ontwikkeling van het kinder. “De school is een echt huis voor kinderen geworden,” schreef een criticus. Het kwam dat onder meer tot uiting in de aanleg van schooltuintjes. Bewoners van de Abstederdijk stalen daar echter groente uit.IMG_0907_small

Achter De Wilg loopt de Nicolaasweg. In de Middeleeuwen was dit de verbinding van De Bilt naar de Absteder Voordijk. Biltenaren volgden deze route als ze naar de Nicolaaskerk gingen.

Deze plek langs de Minstroom geeft een mooie staalkaart van de architectuurvernieuwingen van na de Eerste Wereldoorlog. Loeb had goed gekeken naar het werk van H.P. Berlage. Valk zette met de kerk zijn eerste stappen in de ‘traditionele stijl’, met aandacht voor ambachtelijk bouwen, wat de overheersende stijl zou worden tussen de twee wereldoorlogen. ‘Het Nieuwe Woonhuis’ (1924) aan de Rembrandtkade [link] is een prachtvoorbeeld van de op dat moment zeer vernieuwende Amsterdamse School. Echt revolutionair was Gerrit Rietveld met de chauffeurswoning aan de Waldeck Pyrmontkade 20 (1927-28).

Arts H. van der Vuurst de Vries woonde aan de Julianalaan en liet in zijn tuin een garage bouwen met daarboven een woning voor zijn chauffeur. Rietveld deed hiermee een “proeve voor industrialisering der bouw”. Hij zocht een manier om het bouwen van woningen goedkoper te maken, zodat wonen voor iedereen betaalbaar IMG_0925_smallkon worden. Met het gebruik van kant-en-klaar onderdelen moest dat mogelijk zijn. Deze woning bestaat daarom uit betonplaten van drie bij een meter en ramen die allemaal een bij een zijn. “Weer een buitengewoon eigenaardig plan van de architect Rietveld,” noemde de inspecteur van de bouw en woningdienst het. De praktijk bleek lastig. Het gebouwtje had last van lekkages en kreeg daardoor de bijnamen het mandje en het zeefje. Overigens kwamen die lekkages waarschijnlijk gedeeltelijk door de bouwkundige aanpassingen die de inspecteur had geëist. Na verwaarlozing werd de woning in 1995 gerestaureerd.

 

IMG_0914_smallHet prachtige uitzicht dat hier je hebt op de Minstroom komt natuurlijk vooral door de witte paardenkastanjes. Plantsoenmeester Denier van der Gon maakte het ontwerp hiervoor in 1926. Het moest passen bij het net opgeleverde ‘Nieuwe Woonhuis’. De bomen waren afkomstig uit Zwitserland. Als in het vroege voorjaar de kastanjes bloeien, zien de oevers wit van het fluitenkruid.

icon-end-page